Begrippenlijst

Datum

Bij het programma Adaptieve Psychologische Vervolgopleidingen (APV) kom je allerlei begrippen en afkortingen tegen. Hieronder vind je een begrippenlijst met per begrip de omschrijving waarmee we binnen programma APV werken. De lijst is bedoeld voor de betrokkenen bij het programma, zoals leden van projectgroepen, werkgroepen en andere betrokkenen. De lijst wordt periodiek geactualiseerd op basis van informatie binnen en buiten het programma APV. Heb je vragen? Kijk dan in de lijst contactpersonen bij wie je terecht kunt.

  • Aansluiting (master – gz): Duurzame en directe aansluiting tussen de masteropleidingen en de Gz-opleiding gericht op afstemming tussen vraag vanuit zorgaanbieders en de uitstroom uit de opleidingen.
  • Accreditatie: Het afgeven van een verklaring, inhoudende dat een bij- en nascholingsactiviteit in het kader van herregistratie aan de daarvoor geldende eisen voldoet.
  • Adaptieve opleidingen: Opleidingen die zich blijvend kunnen aanpassen aan wat de psychologische zorg nodig heeft voor de onvoorspelbare realiteit over 10 of 20 jaar. Adaptieve opleidingen zijn in staat om adequaat op te blijven leiden, zich aan te passen bij veranderende omstandigheden, behoeften en behandelmogelijkheden.
  • Artikel 14 beroep: Wettelijk erkend specialisme, zoals bedoeld in artikel 14 van de Wet BIG.
  • Artikel 3 beroep:Basisberoep, zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet BIG.
  • Assessment centers/work samples: Assessment centers/work samples (in selectie voor geneeskunde vaak aangeduid als multiple-mini interviews, of MMIs), bestaan vaak uit een combinatie van meerdere korte interactieve taken (stations), zoals rollenspelen en één-op-één interviews, gericht op competenties als communicatie, ethische dilemma’s, empathie, omgaan met stress. Vaak betreft het specifiek ontwikkelde, functie gerelateerde opdrachten (dan spreken we van ‘work samples’, beide methoden lijken sterk op elkaar). Een casusopdracht kan ook een onderdeel zijn. SJT’s bestaan uit dilemma’s waarbij kandidaten een geschikt antwoord kiezen uit een lijst met alternatieven en de keuze kunnen onderbouwen met argumenten.
  • BAPD NIP: De Basisaantekening Psychodiagnostiek: een kwaliteitskeurmerk van het NIP. De BAPD garandeert dat afgestudeerde psychologen een basisniveau aan kennis en ervaring hebben in de algemene psychodiagnostiek.
  • Basisberoep: Beroep waarop het stelsel van registratie en beroepstitelbescherming op grond van artikel 3 van de Wet BIG van toepassing is. NB voor de psychologie zijn dit de gezondheidszorgpsychologie en de psychotherapie.
  • Beoordelende organisatie: De organisatie(s) die EVC-aanbieders beoordelen op de kwaliteit van hun dienstverlening.
  • Beoordelingscriterium: Criterium op basis waarvan de opleideling beoordeeld wordt.
  • Beroep: Beroep waarop het stelsel van registratie en beroepstitelbescherming van toepassing is. NB voor de psychologie zijn dit de gezondheidszorgpsychologie, de psychotherapie, de klinische psychologie en de klinische neuropsychologie.
  • Beroepsprofiel: Voor opleidingen die opleiden tot specifieke beroepen worden ieder jaar door de opleidingen gezamenlijk beroepsprofielen opgesteld. In samenwerking met het werkveld worden door de opleidingen de taken en functies beschreven die afgestudeerden gaan vervullen en welke competenties ze daarvoor nodig hebben.
  • Beschikbaarheidsbijdrage: De zorgautoriteit kan een beschikbaarheidsbijdrage toekennen ten behoeve van de beschikbaarheid van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen vormen van zorg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, van deze wet met inachtneming van daarbij te stellen voorwaarden, voorschriften en beperkingen. Een zorgaanbieder kan de beschikbaarheidsbijdrage bij het Zorginstituut in rekening brengen ten laste van het Zorgverzekeringsfonds dan wel het Fonds langdurige zorg. Voor een beschikbaarheidsbijdrage komen uitsluitend vormen van zorg in aanmerking waarvan de kosten niet of niet geheel zijn toe te rekenen naar, of door middel van tarieven in de zin van deze wet in rekening te brengen zijn aan, individuele ziektekostenverzekeraars of verzekerden, of waarvan de bekostiging bij een zodanige toerekening dan wel een zodanige tarifering marktverstorend zou werken, en die niet op andere wijze worden bekostigd.
  • Bestuurlijk Akkoord: is het Hoofdlijnenakkoord (HLA). Het Bestuurlijk Akkoord geestelijke gezondheidszorg (GGZ) 2019 t/m 2022.
  • BIG-professional: Zorgverlener die beschikt over een inschrijving in het BIG-register. 
  • BIG-register: Register zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet BIG. Daarin staan onder andere de psychotherapeuten, de gz-psychologen en de orthopedagogen-generalist ingeschreven.
  • Bijscholing, nascholing: Het volgen van scholing nadat iemand een basisopleiding heeft afgerond, gericht op het up to date houden van kennis, nieuwe kennis en vaardigheden etc.
  • CANMEDS-model: Het model van de Canadian Medical Education Directives for Specialists. Gebaseerd op consensus over de inhoud van het beroep van arts, op een educatief model en op empirisch onderzoek. Het model is inmiddels het uitgangspunt voor alle medische vervolgopleidingen in Nederland.
  • Capaciteitsorgaan: Stichting Capaciteitsorgaan voor (vervolg)opleidingen van professionals in de zorg. Het Capaciteitsorgaan stelt op grond van, onder meer, de te verwachten zorgbehoefte ramingen op met betrekking tot de toekomstige benodigde capaciteit aan professionals in de zorg. Verder adviseert het Capaciteitsorgaan de zorgsector en overheid met betrekking tot de behoefte aan en de capaciteit van de hiermee gepaard gaande instroom in opleidingen en vervolgopleidingen en verzorgt het Capaciteitsorgaan hierover informatievoorziening.
  • Certificering: Certificering betekent dat een onafhankelijke verklaring wordt afgegeven over het managementsysteem van de beoordeelde organisatie door een daartoe bevoegde organisatie. Leidt de beoordeling tot een positief besluit over certificering, dan mag de beoordeelde organisatie vervolgens het certificaat voeren.
  • Civiel effect: De mogelijkheden en kansen op de arbeids- en opleidingsmarkt die voor iemand ontstaan na het doorlopen van een opleiding of een EVC-procedure.
  • Stuurgroep Beroepenstructuur: Stuurgroep bestaande uit de voorzitters van het NIP, de NVGzP, NVP, LVVP en P3NL onder leiding van onafhankelijk voorzitter Alexander Rinnooy Kan.
  • Compensatorische aanpak selectie: Bij een compensatorische procedure nemen alle kandidaten deel aan alle selectieonderdelen en kunnen op deze manier lagere scores op één onderdeel compenseren met hogere scores op een ander onderdeel. Op deze manier krijgen alle kandidaten de kans om zich op alle relevant geachte eigenschappen en competenties te bewijzen.
  • Competentie: Een competentie betreft de bekwaamheid om een professionele activiteit in een specifieke authentieke beroepscontext adequaat uit te voeren door de geïntegreerde aanwezigheid van kennis, vaardigheden, professionele gedragskenmerken.
  • Competentiegericht onderwijs: De belangrijkste kenmerken van competentiegericht onderwijs zijn integratie van kennis, vaardigheden en attitudes, leren aan de hand van projecten, casussen en concrete authentieke beroepssituaties. Kenmerkend voor competentiegericht onderwijs is dat het beroeps gerelateerd is en gericht is op het handelen in kritische beroepssituaties. Voor het ontwikkelen van competenties is het oefenen in een reële beroepscontext essentieel.
  • Competentiegericht toetsen: Bij competentiegericht toetsen laten studenten zien of zij een bepaalde competentie verworven hebben en in welke mate dat het geval is. Zij worden daarbij niet afzonderlijk getoetst op hun kennis of op een bepaalde vaardigheid, maar op het toepassen van een combinatie van kennis, vaardigheden en attitudes die in een bepaalde context vereist is.
  • Competentieprofiel: Het geheel van competenties dat tezamen aangeeft wat verwacht mag worden van een volleerde zorgprofessional.
  • Constructive alignment: Leerdoelen van de onderwijseenheid, toets, didactische werkvormen en leeractiviteiten van studenten sluiten logisch op elkaar aan.
  • Context: De diverse leefgebieden van de jeugdige. Hieronder vallen bijvoorbeeld de thuissituatie, school en de buurt waarin de jeugdige zich bevindt.
  • CRT: Commissie Registratie en Toezicht van de FGzPt.
  • Cursorisch deel / cursorisch onderwijs: Theoretisch en praktisch onderwijs dat aan de opleidingsinstelling wordt gevolgd.
  • Decaan: Voorzitter van het faculteitsbestuur, de hoogste functionaris van de faculteit. Is altijd een hoogleraar.
  • Didactisch concept: De wijze waarop het onderwijs vorm krijgt in een opleiding. In het didactisch concept liggen vaak al bepaalde didactische concepten opgesloten. Voorbeelden zijn competentiegericht onderwijs, probleemgestuurd onderwijs, project based onderwijs, active blended learning.
  • (Didactische) werkvorm: De activiteit die studenten uitvoeren om de leerdoelen van een onderwijseenheid te halen.
  • Diversiteit (in de opleiding): Alle mogelijke verschillen tussen mensen onderling bepalen de diversiteit. Soms zijn deze verschillen zichtbaar, zoals leeftijd, geslacht of huidskleur. Soms zijn ze minder duidelijk: etniciteit, geloofsovertuiging, maar ook competenties en persoonlijke voorkeuren zoals leerstijl of een ‘talenknobbel’.
  • Docent: Diegene die verantwoordelijk is voor één of meerdere onderwijsmodulen die deel uitmaken van de opleiding tot één van de psychologische beroepen.
  • Domein / werkdomein: Zie omschrijving van ‘sector’.
  • Doorlopende leerlijn: In een doorlopende leerlijn is de inhoud (theoretische component en praktijk component) tussen opeenvolgende opleidingen op elkaar afgestemd. In een doorlopende leerlijn wordt niet functionele overlap zoveel mogelijk voorkomen.
  • Duale opleiding: Een duale opleiding is zodanig ingericht dat het volgen van onderwijs gedurende een of meer perioden wordt afgewisseld met beroepsuitoefening in verband met dat onderwijs. Het gedeelte van een duale opleiding dat bestaat uit het volgen van cursorisch onderwijs, wordt aangeduid als onderwijsdeel.
  • Duurzaam opleiden: Duurzaam opleiden is gericht op een leven lang leren, waarbij afgestudeerden ook jaren na het afronden van de opleiding over het geleerde beschikken en in staat zijn hun kennis en vaardigheden op peil te houden.
  • EC: European Credit / studiepunt (een EC staat voor 28 uur)
  • Eindtermen: De eindtermen (eindkwalificaties, beoogde leerresultaten) beschrijven in concretere termen welke beroepsactiviteiten een afgestudeerde als beginnend beroepsbeoefenaar zou moeten beheersen. Ze geven de taken van de beroepsbeoefenaar weer.
  • EPA: Entrustable professional activities (EPA’s) zijn gestructureerde beschrijvingen van afgebakende beroepsactiviteiten (kernactiviteiten). Deze beroepsactiviteiten zijn herkenbaar op de werkvloer en daardoor toetsbaar. Een EPA beschrijft de kennis, vaardigheden en attitude die je nodig hebt om de activiteit te kunnen uitvoeren, in combinatie met de CanMEDS-competenties die in die situatie relevant zijn.
  • Erkend EVC aanbieder: EVC-aanbieders die zijn opgenomen in het Nederlandse register van erkende EVC-aanbieders. Zij werken volgens de kwaliteitscode EVC.
  • Erkenning: Bevestiging van kennis en vaardigheden. Het maakt niet uit waar, wanneer en hoe deze zijn verworven.
  • EVC: Erkennen van verworven competenties
  • EVC-assessment: De beoordeling van eerder verworven competenties in de psychologische zorg.
  • EVC-opleidingsadvies: Een op een EVC assessment gebaseerd individueel opleidingsadvies (cursorisch en praktijkgedeelte) om te voldoen aan vakbekwaamheid op niveau van de eindtermen van de Gz-opleiding en BIG-registratie Gz-psycholoog.
  • EVC-opleidingsprogramma: Een concreet opleidingsprogramma (cursorisch en praktijkgedeelte) gebaseerd op een EVC opleidingsadvies om te voldoen aan vakbekwaamheid op niveau van de eindtermen van de Gz-opleiding en BIG-registratie Gz-psycholoog.
  • EVC-assessor: Een EVC-assessor beoordeelt de verzamelde bewijsstukken van een EVC-kandidaat.
  • EVC-begeleider: Een EVC-begeleider helpt de EVC-kandidaat bij het verzamelen van bewijsstukken voor in het portfolio.
  • EVC-kandidaat: Een persoon die is toegelaten tot een EVC-procedure Gz-psycholoog.
  • EVC-procedure: Alle procedurestappen: van intake, portfolio samenstellen, beoordelen van de bewijsstukken tot de afgifte van het ervaringscertificaat.
  • EVC-standaard: Landelijk erkende kwalificatiestandaard (branchestandaard) die de EVC-aanbieder in zijn EVC-procedure als beoordelingskader gebruikt.
  • EVC-traject: Traject waarin iemands competenties wordt onderzocht, beoordeeld en gewaardeerd aan de hand van vastgestelde criteria (EVC standaarden).
  • Evidence based: Op wetenschappelijke inzichten gebaseerd.
  • FGzPt: De vereniging Federatie van Gezondheidszorgpsychologen en Psychotherapeuten is het overkoepelend orgaan voor de basisberoepen gezondheidszorgpsycholoog en psychotherapeut en de specialismen klinisch psycholoog en klinisch neuropsycholoog, op het gebied van opleiding, erkenning, registratie en toezicht.
  • Formatieve toets: Een toets die tijdens een onderwijsonderdeel wordt afgenomen en waarvan de uitkomst geen invloed heeft op de formele eindbeoordeling. De toets heeft de functie om informatie te geven over het studieverloop van de student. Op basis van de informatie uit deze tussentijdse toets kunnen studenten ondersteund worden om het leerproces bij te sturen.
  • Functiebeschrijving / functieomschrijving: Een functieomschrijving is een weergave van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor een bepaalde functie. Doorgaans bevat de functieomschrijving ook een beschrijving van de rapportagelijnen.
  • Gefaseerde selectie: Voor de verschillende fasen in opleiden zijn selectiemomenten ingebouwd waarin studenten/kandidaten wel/niet toegelaten worden tot een volgende fase in de opleidingsketen.
  • Generalistisch / generalistische basis ggz: Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw), niet zijnde gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg. De zorg in het kader van de generalistische basis-ggz omvat in elk geval de eerstelijnspsychologische zorg zoals die bestond tot 2014 en een deel van de gespecialiseerde ggz. Dit omvat diagnostiek en behandeling van lichte tot matige, niet-complexe psychische problemen of stabiele chronische problematiek. De patiëntprofielen samen vormen een afspiegeling van de totale doelgroep van de generalistische basis-ggz en de bijbehorende zorgvraagzwaarte.
  • Gespecialiseerde GGZ: De gespecialiseerde GGZ kenmerkt zich door een hoge mate van complexiteit van behandeling waarbij een zwaar beroep op specialistische kennis nodig is. Behandeling wordt gegeven aan een doelgroep waarbij de kwaliteit van leven (ernstig) onder druk kan staan. Er is sprake van een DSM benoemde stoornis. De gespecialiseerde GGZ kent een sterke diagnostische functie onder verantwoordelijkheid van een klinisch psycholoog, psychotherapeut of psychiater. De behandeling in de gespecialiseerde GGZ is gericht op herstel of rehabilitatie van de patiënt. (Terugval) preventie (bijvoorbeeld het voorkomen van crisissituaties bij ernstige psychiatrische aandoeningen), zelfmanagement en e-health worden een steeds belangrijker onderdeel van de behandeling. Tijdens de behandeling van de complexe zorgvraag van de patiënt wordt zoveel mogelijk gestreefd naar een aanpak waarbij ambulante behandeling uitgangspunt is.
  • Getrapte selectie: Stapsgewijze selectie waarbij er in elke fase kandidaten afvallen.
  • Gezondheidszorgpsycholoog: De gezondheidszorgpsycholoog is een breed opgeleide professional en werkzaam in diverse settingen waarin cliënten met verschillende vormen van problematiek zich aanmelden. Hij heeft een academische vooropleiding op doctoraal of masterniveau op het terrein van de psychologie, orthopedagogiek of geestelijke gezondheidskunde, en is opgenomen in het BIG-register van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
  • GIOS: De Gz-psycholoog in opleiding tot specialist.
  • Governance: Organisatieschema van de psychologische vervolgopleidingen, waarin de rollen, taken en verantwoordelijkheden van de verschillende organisaties en actoren staan beschreven.
  • HCO: Hoofdopleiders Coördinatoren Overleg
  • Herregistratie (basisberoep): Een in de tijd direct aansluitende hernieuwde inschrijving in het register van psychotherapeuten, gezondheidszorgpsychologen of orthopedagogen-generalist.
  • Herregistratie (specialist): Een in de tijd direct aansluitende hernieuwde inschrijving in het register van klinisch (neuro)psychologen.
  • Hoofdbehandelaar: Een hoofdbehandelaar is degene die in overleg met de cliënt het behandelplan vaststelt. De hoofdbehandelaar moet zich ervan vergewissen dat de overige behandelaren (de medebehandelaren) voldoende bevoegd en bekwaam zijn. De minister van VWS heeft de volgende hoofdbehandelaars aangewezen voor de generalistische basis GGZ en de gespecialiseerde GGZ voor de volwassen ggz (18+): Psychiater, Klinisch psycholoog, Klinisch neuropsycholoog, Psychotherapeut, Specialist ouderengeneeskunde, Verslavingsarts in profielregister KNMG, Klinisch geriater, Verpleegkundig specialist GGZ, Gz-psycholoog.
  • Hoofddocent: Docent die verbonden is aan een opleidingsinstelling en die, door de hoofdopleider gedelegeerd, verantwoordelijk is voor een module van het cursorisch onderwijs.
  • Hoofdlijnenakkoord: Bestuurlijk akkoord in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) voor de jaren 2019-2022.
  • Hoofdopleider: Degene die binnen een opleidingsinstelling verantwoordelijk is voor de psychologische vervolgopleiding en die als zodanig door de CRT is erkend.
  • Inclusiviteit: Verschillen tussen mensen worden besproken en erkend, bij de uitvoering van zorg, onderwijs, opleiding en onderzoek wordt bij het formuleren van beleid rekening houdt met die verschillen.
  • Individueel opleidingsplan: Uitwerking van het landelijke opleidingsplan op individueel niveau van de opleideling dat door de opleideling en de praktijkopleider voor de opleiding van de opleideling wordt opgesteld.
  • Jeugd GGZ: Geestelijke gezondheidszorg voor kinderen tot en met 18 jaar vallend onder de Jeugdwet. Jeugd ggz omvat geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen met een psychische of psychiatrische aandoening.
  • Jeugd LVB: Kinderen en jongeren tot en met 18 jaar met een lichte verstandelijke beperking.
  • Jeugdbescherming:  Onder jeugdbescherming wordt formeel verstaan het uitvoeren van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Hieronder vallen de taken die bij of krachtens de wet aan hiervoor gecertificeerde instellingen zijn opgedragen.
  • Jeugddomein: Terrein waarop aanbieders van jeugdhulp, uitvoerders van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, Veilig Thuis-organisaties, colleges voor zover het betreft de toeleiding naar, advisering over en de bepaling van de aangewezen voorziening, justitiële jeugdinrichtingen, Halt-bureaus en de raad voor de kinderbescherming, werkzaam zijn.
  • Jeugdgezondheidszorg: De publieke gezondheidszorg, waarbij een landelijk preventief gezondheidszorgpakket actief wordt aangeboden aan alle jeugdigen tot 18 jaar.
  • Jeugdhulp: Ondersteuning van en hulp en zorg, niet zijnde preventie, aan jeugdigen en hun ouders bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptiegerelateerde problemen. Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt. En het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, met dien verstande dat de leeftijdgrens van achttien jaar niet geldt voor jeugdhulp in het kader van jeugdstrafrecht.
  • Jeugdzorg: Onder jeugdzorg vallen jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Onder jeugdhulp vallen de jeugd ggz, de jeugd LVH en de opvoedhulp. De term jeugdhulp omvat alle vormen van hulp en ondersteuning (lvb, opvoedvragen, opvoedhulp, jeugd-lvb en jeugd-ggz) variërend van licht ambulant (vaak vanuit een wijkteam, waaronder mogelijk ook gewone opvoedvragen) tot en met intensieve, zeer gespecialiseerde zorg in een al dan niet gesloten setting (jeugdzorgplus).
  • K&J NIP: De Kinder- en Jeugdpsycholoog is één van de postmasterregistraties binnen SKJ. Bij het NIP geregistreerde Kinder- en Jeugdpsychologen kunnen zich bij SKJ laten registreren als Kinder- en Jeugdpsycholoog SKJ.
  • K(N)P opleiding: De specialistische opleiding tot klinisch (neuro) psycholoog.
  • Kenmerkende beroepssituatie (KBS): Kenmerkende beroepssituaties zijn situaties waarmee een beroepsbeoefenaar regelmatig te maken heeft, die van de beroepsbeoefenaar handelen vragen, en die kenmerkend zijn voor het beroep. Kenmerkende beroepssituaties zijn overigens niet altijd kritische beroepssituaties. Een kritische beroepssituatie is complex van aard en bij onprofessioneel handelen zijn er majeure negatieve consequenties te verwachten.
  • Kennisinfrastructuur: Dit is een samenwerkingsverband tussen expertisecentra, overheid, bedrijfsleven en onderwijsinstellingen, waarin kennisontwikkeling en kennisoverdracht centraal staat en waarbij sprake is van interactie tussen onderzoek, beleid en praktijk.
  • Kind en Jeugd (jeugdige): Persoon die:
    • de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt;
    • de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en ten aanzien van wie op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht recht; is gedaan overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg van het Wetboek van Strafrecht, of;
    • de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar heeft bereikt en ten aanzien van wie op grond van deze wet: is bepaald dat de voortzetting van jeugdhulp als bedoeld in onderdeel 1°, waarvan de verlening was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, noodzakelijk is; vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar is bepaald dat jeugdhulp noodzakelijk is, of is bepaald dat na beëindiging van jeugdhulp die was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, binnen een termijn van een half jaar hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is.
  • Klinisch neuropsycholoog: De klinisch neuropsycholoog (verder ook aangeduid als KNP) is een krachtens artikel 14 van de Wet BIG geregistreerde specialist van het beroep gezondheidszorgpsycholoog. Het deskundigheidsgebied van de KNP omvat de diagnostiek, voorlichting, begeleiding en behandeling van cognitieve, emotionele en gedragsmatige gevolgen van hersenletsel en hersendisfuncties, alsmede wetenschappelijk onderzoek, zorginnovatie en zorgmanagement op dit terrein.
  • Klinisch psycholoog: De klinisch psycholoog (KP) is een krachtens artikel 14 van de Wet BIG geregistreerde specialist van het beroep gezondheidszorgpsycholoog. De KP is expert op het terrein van de psychologische behandeling in de gezondheidszorg en wel met name op het gebied van de complexe psychodiagnostiek, psychopathologie en psychotherapie. De KP combineert deze kennis en vaardigheden met kennis over en vaardigheid in het verrichten van wetenschappelijk onderzoek en met inzicht in wijze waarop de zorg georganiseerd en aangestuurd wordt. Om die reden verleent de KP bij uitstek hulp bij complexe psychische problematiek, dat wil zeggen, bij patiënten met psychische problemen waarbij geïndiceerde behandelingen ontbreken of onvoldoende effectief blijken.
  • Kwaliteit (kwalitatief goede zorg): Onder goede zorg wordt verstaan zorg van goede kwaliteit en van goed niveau:
    a. die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht is, tijdig wordt verleend, en is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt;
    b. waarbij zorgverleners handelen in overeenstemming met de op hen rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard, waaronder de kwaliteitsstandaard, bedoeld in artikel 1, onderdeel z, van de Zorgverzekeringswet, en;
    c. waarbij de rechten van de cliënt zorgvuldig in acht worden genomen en de cliënt ook overigens met respect wordt behandeld.
  • Kwaliteits- en erkenningskader: Het ‘Kwaliteits- en erkenningskader voor de erkenning van praktijk(opleidings)instellingen ten behoeve van de psychologische vervolgopleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut, klinisch psycholoog, klinisch neuropsycholoog’ van 12 april 2018.
  • Kwaliteitsstatuut: (zie ZiN) Het ‘Landelijk Kwaliteitsstatuut GGZ’ beschrijft de kwaliteitsnormen waaraan een zorgaanbieder moet voldoen om de zorg voor de individuele cliënt in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) te organiseren. De nadruk ligt daarbij op de rollen, taken en verantwoordelijkheden van de indicerend en coördinerend regiebehandelaar en van andere zorgverleners in de verschillende onderdelen van het zorgproces. Ook formuleert het ‘Landelijk Kwaliteitsstatuut GGZ’ kwaliteitseisen op het gebied van leren en verbeteren.
  • Kwaliteitszorg/kwaliteitsmanagement: Het doelgericht managen van een continu verbeterproces om de kwaliteit blijvend te verhogen en de prestaties van de organisatie structureel te verbeteren.
  • Landelijk opleidingsplan: Het plan dat de structuur en de inhoud van de opleiding tot een van de psychologische beroepen op landelijk niveau beschrijft, dat is opgesteld door de desbetreffende gezamenlijke opleidingsinstellingen en waarmee het CSGP heeft ingestemd.
  • Levenslang leren: Doorgaande professionele ontwikkeling gedurende de loopbaan.
  • LOGO-verklaring: Een door vLOGO afgegeven verklaring, waarop is vastgelegd dat de kandidaat aan de wettelijke toelatingsvoorwaarden voldoet voor de Gz-opleiding.
  • Masteropleiding: Een masteropleiding, verzorgd door een van de Nederlandse universiteiten, bijvoorbeeld de masteropleiding psychologie en de masteropleiding orthopedagogiek.
  • Masterpsycholoog: Degene die de masteropleiding psychologie aan een van de Nederlandse universiteiten heeft afgerond, en niet in opleiding is tot Gz-psycholoog of psychotherapeut.
  • Meetbaarheid: Parameters voor de kwaliteit van opleiden zichtbaar maken, die voldoende voorspellend zijn voor inzicht in de kwaliteit, zoals bijvoorbeeld opleidingsklimaat, volume. Dit is onder meer van belang voor het maken van keuzes voor een (praktijk)opleidingsinstelling door potentiële opleidelingen en als extra hulpmiddel bij erkenning en bij toewijzing van gesubsidieerde opleidingsplaatsen.
  • Metacompetentie: Metacompetenties zijn professionele vaardigheden die kenniswerkers in staat stellen om inhoudelijk bij te blijven, hun werk volgens de, steeds sneller veranderende ‘regels van hun vak’ te verrichten en de onderlinge verhoudingen met andere professionals en consumenten te reguleren.
  • NIP: Nederlands Instituut van Psychologen. Het NIP heeft als missie het ondersteunen van psychologen, het bewaken van de professionele norm van het vak en het bevorderen van een hoge wetenschappelijke standaard.
  • NVGZP: Nederlandse Vereniging voor Gezondheidszorgpsychologie en haar specialismen, de vereniging van en voor BIG-geregistreerde psychologen: gz-psychologen, klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen.
  • NVO: Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen, beroepsvereniging van en voor universitair opgeleide pedagogen en orthopedagogen; experts in opvoeding, ontwikkeling en afhankelijkheidsrelaties.
  • NVP: Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie, beroepsvereniging van en voor alle BIG-geregistreerde psychotherapeuten.
  • NVPA: Nederlands Verbond voor Psychologen, psychosociaal therapeuten en Agogen, beroepsvereniging voor gespecialiseerde psychosociaal therapeuten.
  • NVRG: Nederlandse Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie, het kwaliteitsregister en de beroepsvereniging voor relatie- en gezinstherapeuten (systeemtherapeuten) en systeemtherapeutisch werkers.
  • NVVS: Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuologie, gericht op het bevorderen van de kwaliteit van de seksuologie en het behartigen van de belangen van haar leden.
  • NZa: De Nederlandse Zorgautoriteit. De NZa houdt onder andere toezicht op zorgaanbieders, zorgverzekeraars en zorgkantoren en controleert of deze zich aan de geldende regels houden. Ook verstrekt de NZa op aanvraag van een zorgaanbieder beschikbaarheidsbijdrage voor het verzorgen van de opleiding tot een van de psychologische beroepen.
  • OER: Onderwijs- en examenregeling.
  • Onderwijsdirecteur: Persoon die binnen de universitaire faculteit verantwoordelijk is voor het onderwijs: meestal een hoogleraar, maar niet altijd.
  • Onderwijseenheid: Een opleiding is het geheel van onderwijseenheden dat een student dient te volgen voor het verkrijgen van het diploma. Onderwijseenheden worden op verschillende manieren aangeduid: vak, module, cursus en dergelijke.
  • Opleider: Een overkoepelend begrip voor alle opleiders betrokken bij een psychologische vervolgopleiding.
  • Opleideling: Verzamelnaam voor PIOG, PIOP en GIOS; degene die een psychologische vervolgopleiding volgt.
  • Opleidingsinfrastructuur: Het geheel aan voorzieningen dat nodig is om de opleidingen goed te laten functioneren.
  • Opleidingsinstelling: De instelling die een vervolgopleiding tot een psychologische beroep verzorgt en die als zodanig door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is aangewezen.
  • Opleidingsketen: De keten van opleidingen van masterniveau naar Gz-psycholoog, en verdere specialisatie als klinisch (neuro)psycholoog.
  • Opleidingsplaats: Een voor de opleiding ingestelde arbeidsplaats binnen een praktijkopleidingsinstelling.
  • Overgangsregeling: Een bij wet vastgestelde regeling met afspraken over de overgang van verschillende beroepsbeoefenaren in een nieuw beroep (bijvoorbeeld de gezondheidszorgpsycholoog generalist).
  • PIOG: Psycholoog, pedagoog of geestelijk gezondheidskundige in opleiding tot  gezondheidszorgpsycholoog
  • PIOP: Psycholoog in opleiding tot psychotherapeut.
  • Plaatsvervangend hoofdopleider: Degene die door de hoofdopleider als plaatsvervangend hoofdopleider is voorgedragen en die onder verantwoordelijkheid van de hoofdopleider deze ondersteunt bij het uitoefenen van diens taken.
  • P-opleider: Een voor de opleiding erkende praktijkopleider die (functioneel) eindverantwoordelijk is voor de organisatie en kwaliteit van de praktijkopleidingstrajecten van meerdere psychologische BIG- opleidingen.
  • Portfolio: Verzamelde bewijsstukken die laten zien wat iemand in de praktijk aan kennis en vaardigheden heeft opgedaan. Voorbeelden: getuigschriften, referenties, verslagen van beoordelingsgesprekken, producten die de kandidaat heeft gemaakt, diploma’s en (deel) certificaten cursussen.
  • Postacademische / postmaster opleidingen: Postinitiële (of voorheen postdoctorale) wo-opleidingen worden gekenmerkt door een belangrijke betrokkenheid van beroepsgroepen of -verenigingen. De opleidingen zijn bedoeld voor werkenden in een vakgebied of werkveld die hun bekwaamheid willen vergroten door het volgen van een wetenschappelijke opleiding in het eigen vakgebied. Hierdoor kenmerkt de oriëntatie van de postinitiële wo-masteropleiding zich als zowel academisch als professioneel. In deze opleiding instromende studenten worden in principe geacht al een academische opleiding te hebben doorlopen.
  • Praktijkopdracht: Binnen het cursorische onderwijs verstrekte opdracht die in de praktijk wordt uitgevoerd en tot doel heeft de afstemming tussen theorie en praktijk te bevorderen.
  • Praktijkopleider: Degene die verantwoordelijk is voor de praktijkcomponent van de opleiding van een of meerdere opleidelingen, met inbegrip van eventuele werkbegeleiding, en die als zodanig is erkend door de hoofdopleider.
  • Praktijkopleidingsinstelling: Praktijkopleidingsinstelling of de praktijkinstelling binnen een samenwerkingsverband van praktijkinstellingen die de praktijkopleiding van de opleiding tot een van de psychologische beroepen verzorgt.
  • Praktijkopleiding / praktijkdeel: Het gedeelte van de opleiding dat gevolgd wordt binnen een erkende praktijkopleidingsinstelling.
  • Professional (zorgverlener): Een natuurlijk persoon die beroepsmatig zorg verleent.
  • Psychotherapeut: De psychotherapeut richt zich op de curatieve behandeling van patiënten met complexe psychische problematiek, hetgeen meestal leidt tot langer durende behandeling waarin het benutten van de therapeutische relatie een centrale rol speelt. De psychotherapeut is expert in het toepassen van psychotherapeutische methoden bij individuele patiënten, groepen en systemen, en in het hanteren van de therapeutische relatie ten behoeve van de door de patiënt gewenste verandering.
  • Raming / behoefte raming: Onderzoek waarbij op basis van een simulatiemodel berekend wordt hoe de ontwikkelingen in de vraag naar, en het aanbod aan, capaciteit van een bepaalde beroepsgroep zich over een bepaalde periode zal ontwikkelen. Uitkomst is een schatting van het verschil tussen de benodigde en beschikbare capaciteit van een bepaalde beroepsgroep, vanaf het basisjaar, het bijstellingsjaar en het prognosejaar waarin het evenwicht tussen vraag en aanbod gerealiseerd moet zijn.
  • Regiebehandelaar: De zorgverlener die de regie voert over het zorgproces van een patiënt/cliënt.
  • Registratie (basisberoep): Inschrijving in het register van psychotherapeuten, gezondheidszorgpsychologen of orthopedagogen-generalist als bedoeld in artikel 3 van de Wet BIG.
  • Registratie (specialist): Inschrijving in een register van specialisten, als bedoeld in artikel 14 van de Wet BIG en artikel 35 van de Regeling Gezondheidszorgpsycholoog en psychotherapeut, basisberoepen en specialismen van de FGzPt.
  • RINO: Regionale Instelling voor Nascholing en Opleiding in de GGZ
  • Samenwerkingsverband: Wanneer een instelling niet aan de erkenningseisen voldoet, kan deze met andere (praktijk)instellingen een samenwerkingsverband aangaan door samenwerkingsovereenkomsten te sluiten, zodat gezamenlijk wel aan de criteria kan worden voldaan.
  • Scientist practitioner: De scientist practitioner brengt wetenschap en praktijk zo bijeen dat meerwaarde ontstaat voor zowel de wetenschap als de zorgpraktijk. De scientist practitioner als beroepsideaal markeert niet zozeer welke opleiding de psycholoog heeft genoten of welke functie hij precies uitvoert. Dit beroepsideaal verwijst wel naar een specifieke manier waarop de psycholoog zou moeten werken, waarbij praktijk en wetenschap bij elkaar worden gebracht.
  • Sector: Het terrein van de gezondheidszorg waarbinnen de beoefenaar van een van psychologische beroepen zorg verleent. Voorbeelden zijn de geestelijke gezondheidszorg, de somatische zorg, forensische zorg, de verslavingszorg, de jeugdzorg (het brede jeugddomein), de gehandicaptenzorg, ouderenzorg, revalidatiezorg en zorg in instellingen buiten de gezondheidszorg.
  • Setting: Omgeving en context waarbinnen de betreffende zorg plaatsvindt. Voorbeelden zijn: ambulant, 24 uurs zorg, preventief, acute zorg, en eerste en tweede lijn.
  • SJT: Situational Judgement Test. Een test waarmee wordt onderzocht hoe kandidaten in een bepaalde praktijksituatie reageren.
  • Specialisme: Deelgebied van de gezondheidszorgpsychologie, bedoeld in artikel 14 van de Wet-BIG en artikel 15, eerste lid van de Regeling Gezondheidszorgpsycholoog en psychotherapeut, basisberoepen en specialismen van de FGzPt.
  • Specialist (onderscheid t.o.v. specialistisch): Een gezondheidszorgpsycholoog die is ingeschreven in een specialistenregister dat gehouden wordt door de CRT.
  • Stage: Onderdeel van een opleiding waarbij de opleideling in de praktijk leert, in een ander specialisme dan het specialisme waarin wordt opgeleid, of in een beroep als bedoeld in artikel 3 van de wet.
  • STARR-methode: Situatie, Taak, Actie, Resultaat, Reflectie, een model voor reflectie.
  • Stuwmeer: De hoeveelheid personen met een afgeronde, relevante universitaire masteropleiding psychologie (zoals klinische of ontwikkelingspsychologie), pedagogische wetenschappen of geestelijke gezondheidskunde (een specifieke afstudeerrichting binnen de gezondheidswetenschappen aan de Universiteit Maastricht), met jarenlange werkervaring in de gezondheidszorg, die de opleiding tot Gz-psycholoog willen doen, maar daar nog geen plek voor krijgen.
  • Summatieve toets: Een toets die aan het eind van een onderwijsonderdeel wordt afgenomen en waarbij een eindoordeel wordt uitgesproken over het prestatieniveau van de student.
  • Supervisie: Het methodisch analyseren en evalueren van de door de piog verrichte werkzaamheden en het reflecteren op het professioneel functioneren van degene die de supervisie ontvangt en de ontwikkeling daarvan.
  • Supervisor: Degene die supervisie geeft.
  • Themakaart: Een themakaart bevat per competentie (van het competentieprofiel tot GZ psycholoog) een beschrijving van de competentie , de toetsing, de kennisaspecten, de vaardigheden en de algemene vaardigheden.
  • Toetsboek: Het toetsboek dat is vastgesteld door HCO van het betreffende psychologische beroep en waarmee het CSGP heeft ingestemd. In het toetsboek zijn alle toetsinstrumenten voor de praktijktoetsen opgenomen die worden gehanteerd in de opleiding tot het betreffende beroep. Het dient als leidraad voor opleidelingen, praktijkopleiders, werkbegeleiders, supervisoren en docenten. Het toetsboek is richtinggevend voor feedback aan en beoordelingen van opleidelingen.
  • Toetsvorm: De wijze waarop de toetsing binnen de psychologische vervolgopleidingen plaatsvindt.
  • Toewijzing: De toewijzing van opleidingsplaatsen door TOP opleidingsplaatsen. De toewijzing gebeurt in drie stappen. De eerste stap is dat TOP Opleidingsplaatsen een concept toewijzingsvoorstel opstelt voor de verdeling van de opleidingsplaatsen over de praktijkinstellingen op basis van het Historisch OpleidingsVolume (HOV). Praktijkinstellingen zijn vervolgens in de gelegenheid hun zienswijze te geven. Het bestuur van TOP Opleidingsplaatsen beoordeelt de zienswijzen en stelt vervolgens als tweede stap het (concept) definitief toewijzingsvoorstel op. Wanneer praktijkinstellingen klachten hebben over de gevolgde procedure kunnen zij een beroep doen op de klachten- en geschillenprocedure die door TOP Opleidingsplaatsen is ingesteld.
  • TOP: TOP Opleidingsplaatsen. TOP doet periodiek een toewijzingsvoorstel aan het Ministerie van VWS met daarin een verdeling van opleidingsplaatsen onder praktijkopleidingsinstellingen die vallen onder publieke financiering vanwege het Ministerie van VWS ten behoeve van de (medische) vervolgopleidingen in de GGZ.
  • Track: Een richting / specialisatie in een opleiding.
  • Verticale substitutie: Een van de niet-demografische vraagparameters in het ramingsmodel waarmee doorberekend wordt met hoeveel procent de behoefte aan een bepaalde beroepsgroep jaarlijks zal toe- of afnemen, als gevolg van verschuiving van taken naar lager opgeleide beroepsgroepen. Voorbeelden zijn verschuivingen van taken van artsen naar VS’en, PA’s, POH’s of gespecialiseerde verpleegkundigen. Wordt ook wel aangeduid met de term “inzet aanverwante disciplines” (IAD).
  • Verzilvering: Het verkrijgen van een gewenste arbeidspositie op basis van het ervaringscertificaat. Of het verkrijgen van vrijstelling voor (delen van) de Gz-opleiding.
  • VGCt:  Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën, de wetenschappelijke vereniging voor cognitief gedragstherapeuten en cognitief gedragstherapeutisch werkers in Nederland.
  • VPeP: Vereniging Persoonsgerichte experiëntiële Psychotherapie (VPeP), een beroepsvereniging van psychotherapeuten met een sterke affiniteit voor Persoonsgerichte experiëntiële Psychotherapie.
  • Vrijstellingenbeleid: Het geven van vrijstellingen binnen de context van de reguliere opleiding tot Gz-psycholoog.
  • Wep: Werkervaringsplek.
  • Werkbegeleider: Degene die werkbegeleiding verzorgt.
  • Werkbegeleiding: De begeleiding van en het toezicht op het werk van de piog bij de uitvoering van diens werkzaamheden.
  • Werkveld: De onderwerpen waar iemand zich bij zijn werk mee bezighoudt.
  • Zij-instromer: Opleideling die vanuit een ander vakgebied, dat zich binnen dan wel buiten de psychologie bevindt, is ingestroomd in een van de psychologische vervolgopleidingen. Indien de opleideling beschikt over eerder verworven competenties die als zodanig kunnen worden erkend én de opleideling al in het betreffende werkveld werkzaam is, kan de zij-instromer eveneens een EVC-kandidaat zijn.

Meer
Artikelen